‘Té hard werken is niet de boosdoener’

 

Burn-out? Té hard werken is niet de boosdoener

Een hoge werkdruk is niet per se de oorzaak van een burn-out. ‘Een gebrek aan
bevlogenheid is de grote boosdoener’, zegt Wilmar Schaufeli, organisatiepsycholoog
aan de Universiteit Utrecht.
Bevlogen mensen werken hard, bruisen van de energie, zijn betrokken en productiever.
Bedrijven met bevlogen medewerkers presteren op een aantal gebieden beduidend beter,
blijkt uit onderzoek (http://www.gallup.com/services/191489/q12-meta-analysis-report-
2016.aspx) van Gallup. Zo ligt de klantloyaliteit tien procent hoger, zijn ze ruim twintig
procent winstgevender en ligt het ziekteverzuim veertig procent lager.
Hard werken hoort erbij
Willen we de prestaties verbeteren, dan hebben we de neiging om te focussen op het
wegnemen van de werkdruk. ‘Dat is helemaal niet zo effectief’, zegt Schaufeli. ‘Je voelt je
hooguit wat minder gestrest, maar van het verminderen van de werkdruk raakt niemand
bevlogen. Bovendien hebben we vaak niet zoveel invloed op de werkdruk. Hard werken
hoort er in veel banen simpelweg bij.’ En dat hoeft helemaal niet zo erg te zijn: ‘Zijn we
bevlogen, dan kunnen we een hoge werkdruk prima aan.’
Ap Dijksterhuis, psycholoog aan de Radboud Universiteit Nijmegen, beaamt dat wat
drukte geen kwaad kan: ‘Einstein zei dat je het leven kan vergelijken met 􀁹etsen. Je moet
de vaart erin houden, anders val je om. Het probleem ligt vooral in het feit dat we het
gevoel hebben dat we té veel moeten doen.’ Schaufeli: ‘Pas op het moment dat het werk
emotioneel belastend is en we aan allerlei verwachtingen van klanten en collega’s moeten
voldoen, voelen we ons gestrest, zijn we minder productief en lopen we het risico op een
burn-out.’
Focus op de positiviteit
Op de werkvloer zouden we ons daarom moeten richten op de positieve kant; het
aanboren van de juiste energiebronnen. ‘Dat is een tweesnijdend zwaard’, zegt Schaufeli.
‘Enerzijds vermindert de stress, anderzijds neemt de bevlogenheid toe. En bevlogen
medewerkers zitten boordevol energie, zijn trots op hun werk en gaan volledig op in hun
Hét perfecte recept tegen een burn-out.’

Energiebronnen
Wil je een team of organisatie van bevlogen medewerkers, dan moet je als leidinggevende
dus voldoende energiebronnen ter beschikking stellen en mensen in hun kracht zetten.
‘Sociale steun, feedback, een duidelijke toekomstvisie en een goed carrièreperspectief: dat
zijn de belangrijkste knoppen waar je aan moet draaien.’
Managers moeten versterkend zijn, talenten aanboren en medewerkers in hun kracht
zetten. Dat vergt tijd en aandacht. ‘Achterhaal wat medewerkers nodig hebben om hun
werk goed te kunnen doen’, zegt Schaufeli. ‘Functioneringsgesprekken zijn bijvoorbeeld
het uitgelezen moment om te achterhalen waar medewerkers behoefte aan hebben. Geef
daarin ook positieve feedback, daar krijgen medewerkers goede energie van.’

Autonomie
Daarnaast is het belangrijk om een goed teamklimaat te creëren en medewerkers met
elkaar te verbinden. Iedere medewerker moet een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren
aan het geheel. Geef ze een stem en de mogelijkheid om zelfstandig en autonoom hun
werk te doen.’ Ook Dijksterhuis pleit voor autonomie: ‘In de huidige tijd hebben we soms
het idee dat we worden geleefd. Medewerkers zijn gelukkig als ze het gevoel hebben dat
ze veel eigen verantwoordelijk krijgen.’

Tot slot komt het de organisatie ten goede als de leidinggevende ook bevlogen is. ‘Ben jij
als manager zelf bevlogen, toegewijd en energiek dan heeft dat een positieve invloed: een
bevlogen manager maakt een bevlogen team’, aldus Schaufeli.

(Uit: MT.nl)